De overgang van ‘wandel in wijsheid’ naar
dankbaarheid en naar onderschikking.
In Efeziërs 5:22-6:9 gaat het vooral heel
praktisch over onderschikking. Dat is ook
hoofdthema van heel Gods voornemen.
In Tenach (OT) komen we ‘de vrees van
Jahweh’ tegen. De ‘vrees van Christus’,
hoe zit dat?
Presentatie is HIER te bekijken/downloaden.
Naluisteren: deel A en deel B
Woord vandaag
In welke wil wij geheiligd zijn
door het naderingsgeschenk
van het lichaam van Jezus
Christus, eens voor altijd.
Hebreeën 10:10
Het eens voor altijd klinkt in
dit verband nadrukkelijk. De
Heer heeft Zich éénmaal in
de dood als Mens gegeven.
Dat was genoeg, voldoende,
het is volbracht. Ook in 7:27
klonk dit. Hebreeën 9:12
noemt het eens voor altijd
binnengegaan zijn in de
hemel met Zijn bloed.
Paulus, in Romeinen 6:10,
benoemt het gestorven zijn
van Christus als eens voor
altijd zeer nadrukkelijk.
En wat Hij nu leeft, leeft Hij
voor God.
Zijn wérkelijk opgestaan zijn
betoonde Hij eens voor altijd
aan meer dan 500 broeders,
1 Korinthiërs 15:6 meldt dat.
We vertaalden daar: tegelijk*
en dat was in die bijeenkomst
zeker het geval.
De Opgestane is verheerlijkt
aan Gods rechterhand.
Het grote Naderingsgeschenk
van God was en is compleet,
wij nu zijn in genade geredden
dat is niet uit onszelf; van God
is de Naderingsgave!
Woord vandaag
In welke wil wij geheiligd zijn
door het naderingsgeschenk
van het lichaam van Jezus
Christus, eens voor altijd.
Hebreeën 10:10
In vers 7 en 9 klonk, dat Hij
kwam om Gods wil te doen.
Dat reikte tot het uiterste
door Zijn dood heen. Hij bad
in de laatste uren in de olijf-
pers Gethsemane, dat niet
Zijn wil maar Vaders wil zou
gebeuren. Zo was de wil van
de Heer op één lijn met die
van Zijn Vader.
Gelovigen uit Israël weten
zich nu geheiligd in Zijn wil.
Het grote in dit gedeelte is
ook, dat Hem door Vader
een lichaam was toebereid.
Dat is hét naderingsgeschenk
van God aan de mensheid en
de hemelsen, vergelijk ook
Efeziërs 2:8; 5:2.
Bedenk: nadat steeds eerst
de mensen naderingsgaven
aan God brachten onder de
wet, is het nu omgekeerd:
God nadert door Zijn Zoon
Zélf; God geeft Hem als hét
geschenk aan ons!
Dat was nodig, zodat Hij als
Mens kon lijden en sterven.
Daarna Vader kon Zijn grote
kracht en heerlijkheid laten
zien, door Hem uit de dood
op te wekken.
Woord vandaag
Toen heeft Hij uitgesproken:
‘Zie, Ik kom om Uw wil te doen,
o God’. Hij neemt het eerste
weg om het tweede te doen
staan.
Hebreeën 10:9
In Psalm 40:8 zegt de tekst:
Het doen van Uw welbehagen
O Mijn God, is Mijn genoegen;
Uw wet is in het midden van
Mijn hart
Dit was het verlangen en het
genoegen van de Zoon. God,
Zijn Vader, behagen. ‘Motor’
daarvan was: Zijn onderwijzing,
Zijn Thora, in het midden van
Zijn hart. God bepaalde, dat
eerst de schaduwen in offers
naar voren kwamen. God, in
Zijn liefde en wijsheid, liet dat
vooruitwijzen naar het tweede.
Dat was het Offer waar alles
om draait: Zijn eigen Zoon.
Dat was definitief, en hoogste
wat te brengen was.
En dat bracht ook het nieuwe
verbond; ook dat is het tweede
definitieve. In het bijzonder is
dat ook op de opstanding van
toepassing. In het verleden zijn
mensen opgewekt uit de dood
om toch later weer te sterven.
Lazarus is daar voorbeeld van.
Maar Christus is opgewekt en
dat is definitief; de Eersteling is
daar en de garantie dat heel
de oogst gaat komen!
Woord vandaag
Hogerop zegt Hij: “Offer
en naderingsgeschenk en
brandoffers en die
aangaande de zonde wilt
U niet, noch acht U ze
goed,” (welke dan ook
overeenkomstig de wet
gebracht worden)
Hebreeën 10:8
In de Thora waren veel
offers voorgeschreven.
Op de gezette hoogtijden
van Jahweh, zoals Jom
Kipoer en andere, moesten
nog extra offers gebracht.
Jahweh had geen behagen
in al die offers, behalve dat
zij verwezen naar Hem Die
komen zou. Hij vervulde de
Thora, Zijn bloed nam wél
de zonde(n) weg. Zijn leven,
Zijn dienstwerk, Zijn lijden,
dood; het was welriekende
reuk voor Zijn God en Vader.
In dit deel van Hebreeën is
het contrast tussen oud en
nieuw verbond scherp te
zien. Het oude was alles in
schaduwen; het nieuwe is
voor Israël het ware licht.
De Heer zei over Zichzelf:
Ik ben het Licht van de
wereld (Joh.8:12) tegen de
achtergrond van ongeloof
van Zijn volksgenoten.