Och, dat jullie van mij iets
kleins van onbezonnenheid
verdragen; maar ook,
verdraagt het van mij!
2 Korinthiërs 11:1
Ook hier, net als in andere
delen van deze brief, een
stijlvorm ironie. De apostel
werd ongetwijfeld als een
‘onbezonnene’ bestempeld
door sommige Korinthiërs.
Hij was in hun ogen niet zo’n
goede spreker. In sommige
lange toespraken ging het
voor hen te ver of was het
te moeilijk. Om die reden
gebruikt Paulus dat woord
hier in ironie. Om toch zijn
‘punt te willen maken’, wil
hij mogelijk via enigszins
humoristische weg ingang
bij hen houden.
Het verdragen van elkaar is
iets van de liefde van God,
zie Efeziërs 4:2,3.
Want niet de zichzelf
aanbevelende, die is
beproefd, maar wie de
Heer aanbeveelt.
2 Korinthiërs 10:18
Paulus komt hier opnieuw
met aanbevelen, zoals in
10:12. Korinthiërs waren
snel onder de indruk van
mensen die roemden in de
eigen kwaliteiten. Zij, die
zichzelf opwierpen als dé
kenner/spreker/uitlegger
of iets dergelijks. Of daar
waren er, die ‘wonderen’
en/of ‘genezingen’ konden
doen. Waar het om gaat is,
of de Heer aanbeveelt. Dat
Paulus een Timotheüs, een
Titus, een Lukas meenam;
zij waren beproefd.
Zij werden door de Heer
aanbevolen.
Wij mogen Christus Jezus
‘aanbevelen’; om Hém te
geloven, te eren, dienen,
Wie echter roemt, laat hij in
de Heer roemen!
2 Korinthiërs 10:17
Hier herhaalt Paulus wat hij
in 1 Korinthiërs 1:31 schreef,
waarmee Jeremia 9:23,24
naar voren komt. De mens
zou niet roemen in zichzelf,
ook al is het nog zo minimaal.
Korinthiërs roemden nog in
mensen en waren nog niet
zo ver dat zij erkenden, dat
alles uit en door en tot God
de Vader is.
De Vader en de Zoon zouden
alle roem en eer krijgen van
de schepselen, de mens.
Wat een genade, dat wij niet
van eigen kracht, maar uit
Gods genade leven.
Het antwoord op deze vraag
lezen wij in 1 Korinthe 15. Veel
gegevens over opstanding zijn
verwerkt. Deel A en deel B
om het daarenboven gaande
van jullie evangelie te
verkondigen, niet te roemen
in andermans’ richtsnoer, in
wat gereed is.
2 Korinthiërs 10:16
Paulus werkterrein was wel
groter dan omgeving Korinthe.
Dat geeft hij aan, maar hij wilde
niet het gebied van anderen de
arbeid doen. Het richtsnoer, of
de grenzen van andermans
(de Besnijdenis) terreinen, daar
wilde hij niet komen. Dan zou het
vleselijke ijver zijn; ‘groter’ of
‘beter’ te willen zijn dan die
apostelen. Het roemen in de
mensen was vooral in Korinthe
een punt. Paulus’ evangelie is
wat daar haaks op staat. De
dood van de oude mens in de
dood van Christus maakt een
einde aan al onze pretenties.
Alleen van Gods genade leven;
onze dank vloeit over.
Copyright © All rights reserved.