en voor zo ver het niet zonder
eed zweren was (want zij zijn
inderdaad zonder eed zweren
priesters geworden Hij echter
met het zweren van een eed
door Degene Dietegen Hem
zegt:
Hebreeën 7:20,21a
Dat God met een eed zwoer
bij Hem Die Hogepriester zou
zijn, zegt veel. Bij de belofte
aan Abram was dat zo. God
heeft ook gezworen, dat voor
Hem elke knie zal buigen en
elke tong Hem zal loven,
Jesaja 45:23. In Psalm 110,
waar de schrijver naar wijst,
zwoer Jahweh ook. Hij kon
niet zweren bij een hogere,
want Hij is Zelf de Hoogste
van allen. Het is dan ook
een uiterst belangrijke fase,
de 1000 jaar waarin Hij Zijn
zijn volk en de natiën nader
inzicht zal geven.
Zijn Zoon, is hét onderwerp
in Gods woord. Vanaf 1:1
is de Hebreeënschrijver
bezig de Zoon centraal te
stellen. Want in Hem, door
Hem en tot Hem is immers
het al geschapen!
En die unieke Zoon is dan
-met een eed- aangesteld
als veel hogere Priester
dan alle voorgaande die
in Israël functioneerden.