Wij dan, broeders, vrijmoedig-
heid hebbend tot de ingang
van de heilige plaatsen in het
bloed van Jezus
Hebreeën 10:19
Wat uitgebreid betoogd is in
deze brief, wordt duidelijk in
dit vers uitgesproken. De Heer
is Zelf de hemelen doorgegaan
met Zijn bloed, tot de Vader.
Daarom is de ingang in wat in
deze brief als ophemelse heilige
plaatsen is genoemd, vrij voor
de gelovige. Geen priesters of
levieten meer nodig. De offers
en naderingsgeschenken zijn
wat dit betreft overbodig. De
gelovige uit Israël kan Hem in
gebed naderen, rechtstreeks.
Dat moet voor de zonen van
Israël verbazend zijn geweest
als ze dit hoorden. Hier gaat
het vooral om het naderen tot,
en dat is op zich al geweldig.
De diepe geestelijke betekenis
is bij Paulus in zijn brieven te
lezen. In Hebreeën klinkt niet:
gerechtvaardigd om niet in Zijn
genade, door de vrijkoping die
in Christus Jezus is.
Als lezers die Paulus’ evangelie
horen, hebben wij dit – en meer
verschillen – voor ogen.