zouden wij naderen met een
waarachtig hart, in volkomen
zekerheid van geloof, de
harten besprenkeld, los van
een boos geweten en het
lichaam gebaad in rein water
Hebreeën 10:21
Twee keer komt het hart naar
voren, de zetel van geloof. In
Jeruzalem zei Petrus tijdens de
grote vergadering dat God, bij
de natiën door geloof het hart
reinigt, de heilige geest werkt
dat uit. Han.15:8,9 Het geweten is
ook ‘schoon’ door de werking
van het bloed van Christus.
Degene die God nadert, kan
dat vrijmoedig doen, zonder
belast geweten.
Het ene grote Offer is garantie
dat de toegang tot de Vader
vrij is. De gelovige uit Israël is
in Gods ogen gereinigd, en het
lichaam hoeft niet meer in het
mikve ondergedompeld.
Het reine water herinnert ook
aan het wasvat bij tabernakel
en tempel. Voor de dienst aan
God zijn de wassingen van het
vlees overbodig.
Paulus maakt in deze tijd van
genade duidelijk: de dood van
Christus aan het kruis en Zijn
opstanding beslist en bepaalt
alles. Riten zoals doop in water
en besnijdenis zijn niet langer
nodig. De gelovige is compleet
in Christus!