Woord vandaag

2 juli 2020

‘God kiest uit.’

Ja, er zijn heel wat christenen en gelo-
vigen die dat weg willen poetsen. We 
zagen gisteren, dat Gods woord ervan 
getuigt. In het deel van Romeinen dat 
de absolute soevereiniteit van God be-
spreekt, staat dit:

hen die overeenkomstig Zijn voorne-
men geroepen zijn
            
                                   Romeinen 8:28

Dat zijn u, jij en ik. Eerst was daar Zijn 
unieke voornemen.

‘Daar passen wij in.’

Nou en of! Wij zijn geroepen door God.
Dat wij het evangelie van genade zou-
den horen; dat had Vader bepaald. Dat
wij er gehoor aan gaven, werkte Hij in
ons uit. Alles, God kent geen toeval. In 
Zijn plan ligt het vast. Onderbouwing is:

want die Hij tevoren gekend heeft, die 
heeft Hij tevoren bestemd om aan het
beeld van Zijn Zoon gelijkvormig te zijn

                                Romeinen 8:29a

‘Ja heerlijk, zo is het.’

Het gaat nog verder, want tevoren ken-
nen en bestemmen was in Gods hand,
maar ook:

en hen die Hij tevoren bestemd heeft,
die roept Hij ook, en die Hij roept, die
rechtvaardigt Hij ook, en hen die Hij 
rechtvaardigt, die verheerlijkt Hij ook
                                  Romeinen 8:30

Alles is zeker, alles is in genade, alles is
in Gods liefdevolle hand.

Woord vandaag

2 juni 2020

‘De koninkrijksgemeente.’

De uitdrukking komt als zodanig niet 
in de Schrift voor. Je kunt wel zeggen, 
dat het gaat om geroepenen. Zij had-
den gehoor gegeven aan het evangelie 
van het koninkrijk, zoals dat ook door
Johannes de doper, en de Heer Jezus 
Zelf verkondigd was. Zij riepen: bekeer
je, want het koninkrijk van de hemelen
is nabij gekomen
. De Koning liep te 
midden van Zijn volk rond. 

‘Zij verwierpen Hem.’

Men wilde dat Hij hen zou verlossen 
van het juk van de Romeinen. Maar 
daar gaf Hij geen aanleiding voor. Hij 
riep niet op tot een revolutie tegen 
de gevestigde orde van die dagen. Hij 
zei eerder dat zij aan de keizer zouden
geven wat moest, dus belastingen be-
talen die de keizer oplegde. Ze riepen 
nog ‘hosanna’ (red ons toch) vlak voor-
dat Hij gekruisigd werd. 

‘Petrus verkondigt ook het koninkrijk.’

Dat was helemaal conform Tenach. 
De profeten spraken van de Messias 
die Koning over hen zou zijn. Hij was 
gekomen; en na Zijn opwekking uit de
doden had Hij de leerlingen verteld, in 
de 40 dagen vanaf Pesach tot Shavuot 
wat het koninkrijk van God betreft. Zij 
zouden in heilige geest gedoopt wor-
den, zoals Hij zei en in de opperzaal 
aangekondigd had. Dit was uitsluitend 
in verband met Israël gezegd, met het 
oog op het komende aardse koninkrijk.

Woord vandaag

15 september 2019

‘Fijn dat we weten door geloof.’

Dat is ook een voorrecht, we hebben 
nu eenmaal geen alleenrecht. Israël is 
Gods uitverkoren volk. Wij zijn uitgeko-
zen in Christus vóór de nederwerping 
van de wereld, bestemd voor het gees-
telijke lichaam van Christus, dat is een 
heel ander instrument dat het Joodse 
volk. Heel belangrijk in dat verband is
Efeziërs 2:11-22. Daarin is de grote ver-
andering te lezen; van vlees naar geest.
In het vlees hadden de natiën tot aan de
Efezebrief een ondergeschikte plaats 
ten opzichte van Israël.

‘Dat ligt nu anders.’

In de geest zijn de natiën nu op gelijke
hoogte met Israël, als het gelovigen be-
treft. In Galaten 3:27,28 was dat al ge-
zegd. In Christus valt vleselijk verschil 
weg. In 2 Corinthiërs 5 lezen we over 
de nieuwe schepping en daarin bestaat
geen onderscheid, dat is een puur gees-
telijk iets. We zijn in Christus nieuw ge-
schapen. Geen Jood of Griek, geen slaaf 
of vrije meer, noch mannelijk of vrouw-
elijk. In Christus kennen wij elkaar niet 
naar het vlees.

‘Zelfs de Heer niet?’

Paulus stelt vast, dat zelfs wanneer wij 
de Christus naar het vlees gekend had-
den – nu niet langer. De Heer was wat 
het vlees aangaat uit de stam Juda. Hij 
kon niet priester zijn, dat was bestemd 
voor de Levieten. Zo gezien was de Heer
Jezus voluit Jood. Door Zijn opwekking
en opstanding uit de dood zijn grote ver-
anderingen gekomen. Hij kan Hogepries-
ter naar de orde van Melchizedek zijn.
Geslachtsregisters tellen niet langer.
Hebreeën 7 spreekt over deze dingen.