‘Mooi ja, dat einde van Romeinen 11.’

We mogen God kennen als Hij, die alles op Zijn plaats zet. Ook de weer-
spannigheid of koppigheid van Israël en de volkeren moet Zijn plaats heb-
ben. Waar men vaak aan voorbij gaat, is dat God allen samen insluit (naar-
binnen) in weerspannigheid. Wij kunnen mensen al snel veroordelen om
hun tegenstand, om hun onbegrip en hardnekkigheid. Maar uiteindelijk is
dit iets, dat God bewerkt.

‘Moeilijk te verteren hoor. Men schrijft dit al snel aan de satan toe.’

Dat is hét voorbeeld van weerspannigheid of hardnekkigheid. Maar hij kán
zijn nek niet buigen. Hij is gemaakt om weerspannig te zijn. En krijgt van God
een zekere ruimte om zijn weerspannigheid te etaleren als het ware. Zo zal
hij na de 1000 jaren de volkeren verleiden, Gog en Magog, om tegen de stad
op te trekken en oorlog te voeren. Dan blijkt, als hij voor korte tijd losgelaten
is, zijn koppigheid tegen God en Zijn Gezalfde.

‘Ja, bijna ongelooflijk dat men na 1000 jaar shalom toch weer verleid wordt.’

Ook dan blijkt, dat het menselijke hart vaak krom is. Is te misleiden. Is te bui-
gen, in negatieve richting. Weerspannigheid blijkt ook dan. Het is een van de
lessen, die God de mensheid leert. En ten diepste blijkt de tegenwerker een
instrument in Gods hand te zijn. Hij moet dat doen waarvoor hij geschapen is.
Daarmee is God niet de auteur van de zonde. Maar de zonde is wel een nood-
zaak in Zijn plan. Het loopt God niet uit de hand!

‘De weerspannigheid is dus ook noodzakelijk.’

Dat moet er zijn. Want het vers in Romeinen 11:32 gaat verder:

opdat Hij allen barmhartig zal zijn

Geen voorwaarde gesteld. Het schepsel hoeft niet eerst iets te doen, berouw
tonen of zich eerst bekeren of iets aangenaams voor God. Niets van dat alles.
Het is juist de weerspannigheid van al die hardnekkige mensen, die Gods mede-
dogen en barmhartigheid voor de mensen zelf wekt. God keurt de zonden af,
maar heeft de zondaar lief. God wijst weerspannigheid als zonde aan, maar
heeft de hardnekkige lief, niet zijn/haar hardnekkigheid. Het moet er alles zijn,

opdat Hij allen barmhartig zal zijn.