‘Waarin verschilt de boodschap van Paulus van die van Petrus?’

Het is goed te kijken naar de verschillen zoals die vermeld staan in
de verdiepende studie ’twee evangeliën, een vergeten waarheid’.
Daarin beginnen we direct maar het eerste punt.

‘Petrus geroepen in het land Israël en Paulus daarbuiten?’

Dat is belangrijk, omdat buiten het land de Thora niet van toe-
passing was. Het was een verbond (het oude dus) van Jahweh met
het volk Israël. En was van toepassing in het land. Als de echt-
scheiding in Deuteronomium 24:1-4 geregeld wordt, zegt Jahweh
tegen Mozes
in vers 4b:

..gij zult geen zonde brengen over het land dat de HERE, uw God, u
ten erfdeel geven zal..

Het land is van Jahweh en Israël mocht daarin wonen (Leviticus 25:23):

En het land zal niet voor altijd verkocht worden, want het land is van Mij,
en jullie zijn vreemdelingen en bijwoners bij Mij’

‘Erg duidelijk, ja. En dat heeft dus consequenties voor Petrus en Paulus?’

Petrus was een visser, lang niet zo geleerd en geschoold als Saulus. Petrus
volgde direct de Heer toen Hij hem riep. Dat was onder de Thora, in het
land dus. Petrus gaf gehoor aan de roepstem van de Heer, en zal zich onge-
twijfeld aan de voorschriften van de Thora gehouden hebben.
Saulus hield zich ook aan de Thora en daarbij aan allerlei Joodse tradities
buiten de Tenach om, wat men ook wel ‘de mondelinge Thora’ noemt.
Dat mondelinge was vastgelegd in de Talmoed. Saulus vervolgde echter de
volgelingen van de Heer Jezus, hij blies dreiging en moord tegen ze.
En hij stemde in met de terechtstelling (steniging) van Stefanus. Daarmee
ging hij in tegen het gebod: ‘gij zult niet doodslaan’ en bevond zich onder
de veroordeling en vloek van de Thora.

‘Hij moest eigenlijk veroordeeld worden voor zijn houding en gedrag
tegenover de discipelen van de Heer?’

Absoluut. Maar omdat God hem buiten het land riep, gold de Thora
niet en kon niet veroordelen; zo ontving Saulus bijzondere genade en
werd geroepen roepen tot apostel.
Hij kon buiten Israël op grond van de Thora niet veroordeeld worden!

‘Ja, zo  gezien is het precies het juiste ogenblik geweest, dat de Heer
hem riep. Hem werd genade geschonken!’


 

Â