‘Hé, jij! Ja jij daar! Jij bent weer lekker bezig geweest hè’. ‘Je hebt het weer lekker fout gedaan tegenover ……’. ‘Ben jij nou een gelovige?’ ‘Dit lijkt toch helemaal nergens op!’ Tsja. Zo kan het weleens van binnen bij je klinken, zonder dat anderen dat weten. Je hart veroordeelt je. Je geweten spreekt gigantisch. Je zat echt helemaal fout. Vreselijk tekortgeschoten.
Wat zou een wettisch mens nu zeggen? ‘Ja inderdaad, je zat fout, je hebt je naaste tekort gedaan. Je hebt niet voldaan aan het grootste gebod: God liefhebben boven alles en je naaste als jezelf. Je weet toch zo goed dat het zo moet? Bovendien ben je al jaren onderweg als gelovige. Jij vooral moest beter weten. Maar, weet je wat? Als jij het voortaan beter doet, of minstens beter je best doet, krijg je zegen van God.’
Paulus schrijft: ‘Want allen, die het van werken der wet verwachten, liggen onder de vloek; want er staat geschreven: Vervloekt is een ieder, die zich niet houdt aan alles, wat geschreven is in het boek der wet, om dat te doen’. (Galaten 3:13)
Wat zou de genade nu zeggen? ‘Gezegend ben je, wat je ook doet, want Christus heeft je gerechtvaardigd en niemand zal het ook maar durven iets tegen jou in te brengen.
’Paulus schrijft: ‘Want in genade zijn jullie geredden, door geloof, en dit niet uit jullie zelf; het is Gods naderingsgave, niet uit werken, opdat niemand zich beroemen zal.
(Efeziërs 2:8,9).
Waardoor word je nu blij van binnen? Door de wet of door de genade?
Geweldig he, zo’n boodschap van genade. Dat is nogeens goed nieuws!