De Heer zweert en het zal
Hem niet berouwen; U bent
Priester voor de eon naar
de orde van Melchizedek
Hebreeën 7:21b
Hier citeert de schrijver, net
als in vers 17, Psalm 110:4.
Ook die Psalm blijkt Christus
als onderwerp te hebben.
Wat het vers laat zien, is dat
Hij die bijzondere functie van
Priester zal innemen tijdens
de 1000 jaar. Niet eeuwig in
de zin van eindeloos. Als dat
zo zou zijn, dan zou Hij Zijn
werk als Middelaar nooit af
kunnen ronden.
Het is in die 1000 jaar voor
(een deel van de) mensheid
een toegroeien naar grotere
heerlijkheid; daarom is de
Priesterfunctie tijdelijk, per
definitie. De nieuwe aarde
en de nieuwe hemelen gaan
komen, waarvoor de huidige
oude schepping plaats moet
maken. Wat een uitzicht voor
Israël en de volkeren!