‘Opmerkelijk toch, de Heer opende het hart van Lydia.’

Dat is zo als het daar staat. Nu zijn allerlei redeneringen
van mensen, die menen dat je moet kiezen, et cetera.
Wat in de tekst staat, is: van wie de Heer opent het hart.
Hij opent een hart. We kunnen met zijn allen op iemand
inpraten, ervoor bidden, en wat er maar in stelling ge-
bracht kan worden. Maar de Heer moet het hart openen.

‘Ik snap niet waar ze zo moeilijk over doen. Hij opent.’

Het past in het grotere kader, dat de mens iets bij God te
zeggen wil hebben. En men staat niet open voor wat God
te zeggen heeft of hoort langs wat Hij echt zegt. Waar men-
sen iets doen in de dienst aan God gaat het om wat God
door hen heen bewerkt. Men leest vanuit het eigen mens-
zijn en het lijkt dan alsof mensen zelf actief worden.

‘God is uiteindelijk Degene, die mensen activeert.’

Wanneer de Heer de discipelen niet geroepen had, zou-
den zij niet mee zijn gegaan. Hij riep en wist dat zij mee
zouden gaan. Voordat Hij riep was Hij in gebed van God,
zo staat in Lucas 6:12,13. God gaf Hem dat gebed, zo lijkt
de tekst te zeggen. Zelfs toen al werd gezegd, dat Judas
de overleveraar werd. De Heer wist wie Hij uitkoos.